'Inferno', het nieuwe album van Boards of Canada, is uit en de verwachtingen zijn hoog gespannen. Ik heb BOC altijd graag gehoord; hun geluid — gruizige, melancholische electronica met een retro-fotofilter erover — blijft me aantrekken, maar vaak klinkt het ook als: dezelfde sfeer, net andere schuifjes. Dat op zich is niet per se een bezwaar; veel bands blijven binnen een herkenbaar palet werken.
Wat op 'Inferno' opvalt is dat ze subtiel verschuiven. Er zitten etnische accenten in die ik eerder niet zo duidelijk bij hen herkende, en soms hoor je ook shoegaze-achtige texturen die het vertrouwde geluid vergroten zonder het te verloochenen. De magische, betoverende stemsamples zijn er nog altijd — die blijven een handtekening.
Kortom: Inferno klinkt goed en bevat fijne variaties op waar BOC zo sterk in is; het is niet radicaal nieuw, maar het voelt als een zorgvuldige uitbreiding van hun universum. Voor wie houdt van hun kleurpalet is dit opnieuw verplicht luisterwerk; voor wie kritischer is, is het vooral een interessante vraag over hoe waarde en mystiek in de hedendaagse releasecultuur verbonden raken.
Een samenwerking tussen Plaid en John Tejada roept vanzelf verwachtingen op. Beide namen hebben intussen zo’n stevige staat van dienst in de elektronische muziek dat je haast automatisch op zoek gaat naar een opvallende botsing of een briljante nieuwe synthese. Bij de eerste luisterbeurt kwam die ontlading voor mij niet meteen helemaal binnen, maar na enkele herhalingen begon de release zich pas echt te openen. Wat eerst eerder beheerste kwaliteit leek, bleek achteraf langzaam onder de huid te kruipen.
Wat mij hier vooral treft, is hoe sterk de samenwerking leunt op het bestaande karakter van Plaid, maar dan met net wat meer spanning en drive. Ik hoor in deze tracks nog altijd vooral hun herkenbare melodische verfijning en die licht hoekige, bijna speelse manier van componeren, maar de productie geeft dat geheel meer lucht, diepte en pit. Dat is precies wat Tejada lijkt toe te voegen: geen dominante stempel, maar ruimte, balans en een zekere ruimtelijkheid. Zijn aanpak lijkt minder te draaien rond sound dan rond een werkwijze: subtiel, analytisch, met een voorkeur voor analoge texturen, imperfectie en het idee dat minder vaak meer zegt.
Dat sluit ook mooi aan bij wat deze release zelf over de samenwerking vertelt. 'Start Motion' is niet zomaar een losse ontmoeting, maar een verderzetting van een langere artistieke band, na eerdere remixes en hun eerste gezamenlijke release 'Bittersweet'. De twee tracks voelen daardoor niet aan als een geforceerde crossover, maar eerder als een natuurlijk vervolg op een gedeelde geschiedenis. Tejada’s gevoel voor groove, pacing en melodische helderheid komt er samen met Plaids harmonische detailzin en licht surrealistische vormgevoel. Het resultaat is geen radicale breuk, maar een verfijnde samenkomst van twee werelden die elkaar duidelijk begrijpen.
Ook de context helpt dat gevoel te versterken: de release werd in Los Angeles gemaakt tijdens een hete winterperiode in 2026, met een hybride setup van synths en software. Dat hoor je in de balans tussen warmte en precisie. 'Start Motion' bouwt traag momentum op, met ritmische lagen en melodische verschuivingen die zich geleidelijk ontvouwen, terwijl 'Chilla' lichter en losser aanvoelt, maar onder die soepelheid nog altijd veel detail verbergt. Het is muziek die niet per se meteen met de deur in huis valt, maar die juist wint aan karakter zodra je haar wat tijd geeft.
Ik vind het een verdienstelijke samenwerking, en ik zou eerlijk gezegd gerust een volledig album in deze lijn willen horen. Niet omdat het een spectaculaire reset van beide artiesten zou moeten zijn, maar omdat precies dit type samenwerking iets laat horen wat in losse catalogusluisters soms moeilijk te vatten is: hoe een sterke, uitgesproken stijl niet verdwijnt, maar net dieper kan gaan ademen wanneer een andere producer de ruimte slim opent.
Ik heb al lang een zwak voor de producties van Martin Van Rossum, de Nederlandse producer die inmiddels in Zwitserland woont en onder de naam Martin Nonstatic een bijzonder eigen universum heeft opgebouwd. Mijn eerste kennismaking met zijn werk liep via Carbon Based Lifeforms, via wiens muziek ik bij het Franse label Ultimae belande — een plek waar ambient, psy en cinematic invloeden vaak naadloos in elkaar overvloeien. Het label waar Martin Nonstatic zijn muziek ook uitbrengt.
Hoewel veel van mijn muziekvrienden die typische Ultimae-sound nooit echt hebben omarmd — “te filmisch”, “te veel psy-ambient” — heeft het label bij mij altijd iets geraakt. Vooral Martin Nonstatic zijn sound blijft terugkomen in mijn luister- en mixpraktijk. Wat ik daarbij interessant vind, is hoe goed zijn tracks werken buiten dat typische Ultimae-kader. Wanneer je ze naast ander, minder voor de hand liggend materiaal plaatst — iets wat ik zelf ook vaak gedaan heb — ontstaat er vaak net dat beetje extra spanning. Zijn kenmerkende ruimtelijke, ritmische dubgeluid geeft een mix ademruimte én richting.
Met "Laniakea" zet Van Rossum die lijn moeiteloos verder. Het album voelt als een reeks zorgvuldig opgebouwde klanklandschappen, ergens tussen kosmisch en aards, gedragen door beats die soms loom voortkabbelen en dan weer subtiel aandringen. Zijn gevoel voor ruimte en textuur blijft daarbij centraal staan.
Voor mij persoonlijk blijft "Pulsatile" (2023) zijn sterkste plaat tot nu toe, maar Laniakea beklijft wel degelijk. Het is een album dat tijd nodig heeft en vooral werkt als je bereid bent je eraan over te geven. Voor wie openstaat voor de typische Ultimae-signatuur, en een beetje psy-invloeden niet schuwt, is dit absoluut een waardevolle luisterervaring — en misschien zelfs een uitnodiging om Ultimae zelf (opnieuw) te verkennen.
De titel "Sounds from the Seabottom 1995-2000" verwijst naar de polder waar deze tracks werden opgenomen: Lelystad, in Flevoland, die provincie die volledig uit polder bestaat. En dat landschap hoor je op een manier ook terug in de muziek: open, vlak, eigenzinnig en met net genoeg ruwheid om te blijven hangen.
TV99AD zijn voor mij oude bekenden. Back in the day stonden we in 2000 samen op de Techno Tourist EP, en deze opnames komen ook uit die periode — uit de tijd dat de heren nog jongens waren. Niet zo vreemd dus dat de sound hier sterk aan die vroege releases doet denken, net als aan hun Eevo Lute Musique-plaat met “The Keyprocessor”. Tegelijk hoor je op hun recente releases nog altijd heel duidelijk die typische TV99AD-signatuur terug. Er is natuurlijk veel veranderd, maar de kern is gebleven: gezamenlijke jamsessies, een gedeelde muzikale taal en nog altijd een hoorbare nieuwsgierigheid naar geluid.
Wat ik daar zo sterk aan vind, is hoe tijdloos dit blijft. Sommige muziek kun je meteen op een jaartal plakken, maar bij TV99AD lukt dat mij eigenlijk niet. Ik ben hun discografie de laatste tijd weer aan het herbeluisteren en ik kan zelden denken: “aha, dit is uit de jaren 90” of “nee, dit is recent.” En net dat vind ik een groot compliment. De muziek draagt zijn periode niet als last, maar als bron.
De openingstrack “First Ice” zet voor mij meteen die typische TV99AD-sound neer: die hoekige beat, dat baslijntje, echt sterk. Wat ik ook fijn vind, is dat je hun muzikale smaak er echt in hoort doorschemeren. Ik volg Hans en Pieter zelf ook op Bandcamp, en dat helpt natuurlijk om die lijn extra te voelen tussen hun inspiratie, hun manier van werken en het eindresultaat.
Alles samen is dit een release die in 2026 nog altijd stevig overeind blijft staan, maar tegelijk ook heerlijk nostalgisch aanvoelt. Een plaat die niet probeert hip te zijn, maar gewoon zichzelf blijft — en precies daardoor zo goed werkt.
The Energy of Presence van Vardae is een EP waar ik niet zo goed weet wat ik ermee moet, en dat bedoel ik niet negatief. Het gevoel van de tracks zit goed—er zit duidelijk een sfeer en intentie in die werkt—maar er wringt ook iets.
Vardae keert na een jaar terug bij Samurai Music met vier nieuwe tracks die zijn kenmerkende mix van drum & bass en moderne techno verder uitdiepen. ‘Grounded Attachment’ opent met een soort sonar-achtige puls en een gebroken beat die meteen de toon zet. ‘Magnetic Flux’ gaat een stuk directer, met een hoog tempo en een snijdende acid lead. Op ‘Electric Feelings’ blijft dat tempo aanwezig, maar wordt het ritmisch iets lichter en wendbaarder. De titeltrack ‘The Energy of Presence’ is dan weer het meest melodieus, en schuift richting dub techno met een hoekige groove. Het toont hoe veelzijdig Vardae is, en hoe goed hij hypnotiserende muziek kan neerzetten.
Er is voor mij iets in de snelheid dat blijft schuren. Bij een pure drum & bass beat, of toch hoe wij die gewoon zijn, voelt dat vanzelfsprekend: het rolt, het klopt, het landt. Hier heb ik dat minder. Het lijkt soms “off”, alsof het net te snel gaat voor wat het wil doen. Ik zeg snel, want nergens wordt het echt hard zoals gabber, en toch zit het rond de 170 BPM. Dat spanningsveld maakt het vreemd, maar ook interessant.
Ik merk dat ik daar ergens wel van hou—dat muziek mij een beetje triggert, alsof de producer zegt: kom, doe eens een beetje moeite om mee te zijn. In die zin voelt dit ook verwant aan wat Samurai Music vaker doet: de grens opzoeken en de luisteraar licht uit evenwicht brengen.
Wat me nu vooral benieuwd maakt, is hoe een DJ dit gaat gebruiken in een set. Dit voelt niet als een tool, maar eerder als een moment—iets dat je erin gooit als vreemde creatieve eend in de bijt, om de flow even open te breken en de aandacht terug scherp te stellen.
Geen makkelijke EP, maar wel een die blijft nazinderen. Soms is dat precies wat muziek nodig heeft.
Dany Rodriguez keer met "New Departure" terug naar EPM Music en presenteert een album dat balanceert tussen retrospectie en vernieuwing. De release bundelt eerder uitgebrachte tracks op zijn eigen label Link-Audio, aangevuld met nieuw werk, en valt ondanks die verschillende oorsprong mooi samen tot één geheel.
Wat opvalt, is de veelzijdigheid. Veel tracks hebben een duidelijke clubfunctionaliteit, maar komen minstens even goed tot hun recht op de koptelefoon. Rodriguez toont hier een scherp gevoel voor detail en spanningsopbouw, zonder het grotere geheel uit het oog te verliezen.
Op ritmisch vlak kiest hij vaak voor broken beats in plaats van de klassieke four-to-the-floor. Dat geeft het album een eigenzinnige flow, terwijl de dansbaarheid intact blijft — een mooie balans tussen experiment en toegankelijkheid.
De eerste twee tracks zetten meteen de toon. Opener “Resist” ademt Detroit-invloeden en lijkt subtiel te knipogen naar Underground Resistance. “Thru The Machines” volgt met een bijna etherische sound en een perfect geplaatste beat — een klassieker in wording.
Voor mij is dit zo’n release die blijft groeien naarmate je ze vaker opzet
A Quiet Storm
EP
Artiest
DFRA
Release05/06/2026
Label
Ascension on Wax
CatalogusAOW005
GenreDeep House
A Quiet Storm
EP
DFRA
Ascension on Wax blijft trouw aan zijn warme, jazzgedrenkte housegeluid en serveert deze maand een sterke nieuwe release: "A Quiet Storm EP" van DFRA. De plaat verschijnt op 12” en digitaal en voelt als house zoals het hoort — diep, muzikaal en met een ziel.
DFRA, het alias van de Colombiaanse producer Diego Ruiz (nu actief vanuit Buenos Aires), balanceert moeiteloos tussen twee werelden: rijke jazzinvloeden en de rauwe drive van Chicago en Detroit house. Die spanning hoor je doorheen de hele EP. De titeltrack “Quiet Storm” zet meteen de toon met een rollende groove en subtiel saxwerk, terwijl “Strings” verder de diepte ingaat met dromerige piano’s en een warme, bijna filmische sfeer. Op “Charlene” komt alles samen in een soulful housetrack die knipoogt naar de Motor City Drum Ensemble-school, zonder in nostalgie te blijven hangen.
De kers op de taart komt uit Detroit zelf. Jon Dixon levert een remix van “Charlene” die de track herkadert met meer ruimte, diepe keys en die typische Detroit-touch: spiritueel, gelaagd en net iets rauwer. Een heerlijke scheut Motor City die het geheel perfect afrondt.
Met deze release bevestigt Ascension on Wax opnieuw zijn missie: house brengen die geworteld is in jazz, soul en de erfenis van de 90’s, maar tegelijk fris en relevant blijft.
Raaf – "Sapling" vertrekt vanuit een bewuste keuze voor de beperking van een modulair systeem, als tegengewicht voor de overvloed aan mogelijkheden van software synthesizers. Raaf benadert zijn systeem nadrukkelijk als een instrument — wat de muziek een voelbare lichamelijkheid geeft. Klanken ademen, schuiven licht, en blijven net ruw genoeg om interessant te blijven. Geen overproductie, maar een warme, organische benadering.
De tracks bouwen rustig op en laten veel ruimte. Herhaling speelt een grote rol, maar voelt nooit statisch. Kleine variaties en verschuivingen houden het geheel in beweging, zonder dat het de aandacht opeist. Het is muziek die je eerder laat landen dan dat ze je vooruit duwt.
Wat opvalt, is hoe duidelijk het thematische gevoel overkomt. Toen ik de plaat liet horen aan mijn vrouw — een gepassioneerde muziekliefhebber, maar minder bezig met elektronische muziek — kwam ze meteen met “lente” en “bloeien”. Dat vat de sfeer goed samen: iets dat zich langzaam ontvouwt, zonder haast.
Sapling werkt daardoor niet alleen als technische oefening in modulair werken, maar vooral als een coherente, toegankelijke luisterervaring. In alle eenvoud zit net genoeg beweging om te blijven boeien.
Met deze filtercombinatie hebben we geen releases gevonden. Pas je filters aan en probeer opnieuw.