Overslaan en naar de inhoud gaan
menu
Boards Of Canada, gemaakt door Peter Lain, in opdracht van Warp

Boards of Canada: Inferno, en de waarde van schaarste

Hoe je in een tijd van overdaad meer losmaakt door minder te zeggen. En zo een release laat uitgroeien tot een culturele gebeurtenis.

14/06/2026 / Mathijs Schippers

Boards of Canada is een Schots elektronisch duo, gevormd door de broers Michael Sandison en Marcus Eoin Sandison. Ze maken donkere, melancholische elektronica die draait om analoge synths, gevonden samples, voice-overs en kinderlijke stemfragmenten – vaak alsof je door een oude VHS-tape of een vergeelde foto luistert. Met albums zoals Geogaddi, Rosyln en Tomorrow's Harvest bouwden ze een unieke sound die invloedrijk is in ambient, IDM en downtempo. Ze werken samen met Warp Records, en blijven teruggetrokken: ze geven weinig interviews, geen live-optredens, en een zuiver, mystiek artistiek universum.
 

Er is al heel wat geschreven over "Inferno", het nieuwe album. Dat is op zich niet vreemd: als een band na dertien jaar stilte terugkeert, en dat bovendien doet met de nodige mystiek, dan weet je dat de aandacht zich vanzelf opstapelt. Maar precies daar wordt het interessant. Want de vraag is niet alleen of Inferno een goed album is — dat is het namelijk zonder twijfel — maar ook waarom deze release zoveel meer buzz krijgt dan pakweg een nieuwe plaat van Plaid, The Black Dog of Sun Electric.

Laat ik beginnen waar het hoort: bij de muziek zelf. Inferno klinkt als Boards of Canada zoals je ze kent, en tegelijk net iets anders. De kern is gebleven: gruizige, melancholische elektronica met dat typische warme, licht vervaagde aura alsof alles door een oude VHS-tape of vergeelde polaroid is gefilterd. De stemsamples, die haast spellende, kinderlijke fragmenten waar BoC zo goed in is, zitten er nog steeds in. Alleen hoor ik hier en daar ook nieuwe accenten: subtiele etnische invloeden, vlagen van een shoegaze-achtige gitaren, en een algemene zin voor detail die het album meer diepte geeft dan louter herhaling.

En toch: het voelt ook als een band die heel bewust binnen haar eigen universum blijft circuleren. Daar is op zichzelf niets mis mee. Veel artiesten bouwen nu eenmaal voort op een herkenbare taal, zeker als die taal zo uitgekristalliseerd is als bij Boards of Canada. Maar bij BoC wordt dat vermogen tot zelfherhaling bijna altijd gelezen als iets groters, iets ongrijpbaars. Alsof “stilstand” hier geen gemakzucht is, maar een kunstvorm.

Dat heeft veel te maken met hun cultstatus. Boards of Canada hebben in de loop van de jaren een uitzonderlijk trouwe aanhang opgebouwd, en Warp Records weet die status bijzonder slim te bespelen. De mysterieuze videoband die naar nietsvermoedende fans werd gestuurd, de cryptische hints, de gecontroleerde schaarste, de lange stilte: het zijn geen losse trucjes, maar onderdelen van een zorgvuldig uitgebouwd ritueel. En dat ritueel werkt. Het voedt de verbeelding, het activeert de fanbase, en het creëert precies die soort media-aandacht waar niet alleen journalisten, maar ook luisteraars zelf gretig in meegaan.

Inferno, gemaakt door Boards Of Canada, in opdracht van Warp
© Boards Of Canada

Daar zit meteen de paradox. Waarom krijgt BoC zo veel meer aandacht dan andere elektronische acts die minstens even relevant zijn, maar minder mythe meebrengen? Plaid, The Black Dog en Sun Electric maken of maakten ook sterke muziek, maar zonder diezelfde aura van geheimzinnigheid. Boards of Canada worden daarentegen niet alleen beluisterd, maar ook ontcijferd. Hun werk wordt bijna behandeld als een archief dat telkens opnieuw geopend moet worden. En dat is slim, maar het is ook een houding die de muziek soms groter maakt dan ze misschien is.

Wat mij bij die gedachte hielp, was een kleine omweg die ik zelf even ben gaan onderzoeken: Scanner/ Robin Rimbaud is natuurlijk een heel andere artiest, maar wel iemand die opvallend veel communiceert over proces, technologie, context en de ideeën achter zijn werk. Niet op een hysterische of overdadige manier, maar wel expliciet en bewust. En net daardoor wordt duidelijk hoe sterk het contrast is. Bij Scanner zit de waarde vaak in de uitleg, in de transparantie en in de manier waarop hij zijn werk positioneert. Bij Boards of Canada zit de kracht precies in het omgekeerde: in het achterhouden, in de suggestie, in het niet alles willen benoemen.

Dat is niet bedoeld als waardeoordeel. Integendeel. Het toont vooral dat er meer dan één manier is om als serieuze elektronische artiest betekenis op te bouwen. Scanner laat zien dat open communicatie de muziek kan verdiepen. Boards of Canada bewijzen dat schaarste dat even goed kan doen. De één werkt via helderheid, de ander via mystiek. En in beide gevallen draait het uiteindelijk om hetzelfde: aandacht sturen, verwachting vormgeven, en de luisteraar ruimte geven om zelf invulling te maken.

Een heel ander voorbeeld dat ik aan wil halen is Burial. Die heeft ook een bijna mythische status opgebouwd, maar die werkt anders. Bij Burial zit de magie vooral in de teruggetrokken houding, de spaarzame output en de ongrijpbare sfeer van de muziek zelf; bij Boards of Canada komt daar een extra laag bovenop, namelijk een zorgvuldig gecultiveerde release-mystiek. BoC worden niet alleen beluisterd, maar ook ontcijferd. En precies die combinatie van schaarste, geheimzinnigheid en actieve hype maakt dat hun releases meer mediastof doen opwaaien dan die van veel andere serieuze elektronische artiesten.

Misschien is dat wel het echte verschil met veel hedendaagse artiesten en influencers die hun publiek voortdurend overspoelen met updates, fragmenten, teasers en studioflarden. In zo’n klimaat wordt alles snel te veel. Te veel informatie maakt een project vlak. Te veel zichtbaarheid haalt de spanning eruit nog voor die kan ontstaan. Wat Boards of Canada slim begrijpen, is dat mystiek niet ontstaat door voortdurend aanwezig te zijn, maar door net genoeg weg te laten.

Die strategie werkt ook omdat het niet alleen marketing is, maar volledig aansluit bij hun artistieke identiteit. De band is mythe geworden, en de mythe is de band. Dat maakt Inferno niet per se beter, maar wel betekenisvoller als gebeurtenis. En ja, misschien is dat precies de reden waarom deze release zoveel zwaarder weegt dan een gewone comebackplaat.

Boards Of Canada, gemaakt door Boards Of Canada, in opdracht van Warp
© Boards Of Canada

Er is ook een duidelijke link met een andere mythische elektronische formatie: The KLF. Niet zozeer qua geluid, wel qua ongrijpbaarheid. Alleen zijn de verhoudingen anders. Waar The KLF ooit echt de popwereld binnendrongen met nummer 1-hits en grootschalige gebaren, blijft Boards of Canada nadrukkelijk in de halfschaduw opereren. Hun mystiek is kleiner, stiller, intiemer. Maar net daardoor ook hardnekkiger.

Inferno is dus tegelijk een goed album én een interessant cultureel fenomeen. Het is een plaat die klinkt als Boards of Canada, maar ook als een bewuste bevestiging van hun positie: niet als de luidste, maar wel als een van de meest geladen elektronische acts van hun generatie. En precies daarom verdient het een opiniestuk: niet om het te reduceren tot hype, maar om te laten zien hoe hype, kwaliteit, schaarste en mythe hier zó verweven zijn dat je ze amper nog uit elkaar kunt trekken.

Tracklist

  1. Introit
  2. Prophecy At 1420 MHz
  3. Hydrogen Helium Lithium Leviathan
  4. Age Of Capricorn
  5. Father And Son
  6. Somewhere Right Now In The Future
  7. Naraka
  8. Acts Of Magic
  9. Memory Death
  10. The Word Becomes Flesh
  11. Into The Magic Land
  12. Blood In The Labyrinth
  13. Deep Time
  14. All Reason Departs
  15. Arena Americanada
  16. The Process
  17. You Retreat In Time And Space
  18. I Saw Through Platonia
Kopfoto: © Peter Lain