Dans is niet echt mijn terrein – ik kan geen stijlen benoemen of technieken aanwijzen – maar de muziek van Jóhann Jóhannsson wél. Een van zijn laatste composities, afgewerkt vlak voor zijn dood in 2018, zit precies op dat elektronische randje waar ik graag rondhang: donkere drones, trage spanningsbogen, texturen die aanzetten tot wegdromen en wegzakken tegelijk. Dit randje is ook direct de link naar What Happens. Met de 16mm zwart-witfilm als achtergrond en die massieve brutalistische gebouwen in beeld, schuift alles meteen richting sci-fi en ambient: het lijkt alsof je in een langzaam ademende, futuristische soundscape bent beland.
Futuristische lichamen, herkenbare emoties
Drie dansers – Fukiko Takase, Kelvin Kilonzo en Aoi Nakamura – geven gestalte aan een verre mensensoort uit Olaf Stapledons roman Last and First Men (1930), een toekomstverhaal dat miljarden jaren overspant, vol evolutie, oorlogen en ondergang. Je ziet hun lichamen zoeken, wankelen, zich verzetten tegen een einde dat al vast lijkt te liggen, tot er alleen nog de stilte van berusting overblijft. Ook zonder danskennis kwam dat bij mij hard aan: ik had verwacht vooral naar de muziek te luisteren, maar ik merkte dat ik steeds vaker naar de lichamen keek om te snappen wat er op het spel stond. De choreografie van Adrienne Hart – gemaakt samen met de dansers – houdt het lichamelijk, aards en breekbaar, nooit puur abstract. De kostuums en objecten van Ana Rajcevic voegen daar een laag aan toe: ze zien eruit als iets tussen pantser, fossiel en toekomst-tech, ruw en toch precies, alsof deze lichamen al half zijn doorgegroeid naar een andere soort.
