Overslaan en naar de inhoud gaan
menu
We denken allemaal dat het om de muziek draait, totdat we ons realiseren dat het om de mensen gaat.

We denken allemaal dat het om de muziek draait, totdat we ons realiseren dat het om de mensen gaat

Over scenes, ergens bij horen en de vreemde manieren waarop we mensen vinden die de wereld op dezelfde manier zien als wij.

19/10/2026 / ProfielHelena Galhardi , ProfielDieter Holvoet

Helena Galhardi, beter bekend als KidonFuzz, is een nieuwsgierige dichter en kunstenaar die graag dingen maakt. Haar werk onderzoekt mentale gezondheid, overleven, escapisme en de menselijke geest. Met Braziliaanse, Mexicaanse en Zwitserse roots woont ze nu in Brussel.

Na een vertaling van haar artikel over de emotionele architectuur van lange dj-sets en eentje over dans als ritueel, uiting van verdriet, verzet en collectieve bevrijding, delen we graag haar stuk over scenes, ergens bij horen en de vreemde manieren waarop we mensen vinden die de wereld op dezelfde manier zien als wij. Check zeker het origineel en volg haar op Substack.


Vroeger dacht ik dat het de muziek was dat een scene maakt.

Het leek me logisch.

Technomensen luisteren naar techno.
Punkers luisteren naar punk.
Metalheads luisteren naar metal.
Swifties luisteren naar Taylor Swift.

Mensen verzamelden zich rond een geluid, ontwikkelden er esthetiek en rituelen omheen, vonden plekken waar het kon bestaan, en uiteindelijk ontstond er iets dat op een gemeenschap leek.

Muziek staat voorop.

Mensen op de tweede plaats.

Onlangs praatte ik hierover op een afterparty met een vriend.

Het was al laat genoeg dat gesprekken ofwel volkomen betekenisloos, ofwel onverwacht filosofisch begonnen te worden.

We hadden het over wat een scene nu eigenlijk een scene maakt.

En ik zei:

De muziek.

Logisch.

Maar hoe langer we praatten, hoe minder overtuigd ik was.

Omdat ik begon na te denken over alle mensen die ik via het uitgaansleven heb leren kennen, en over het feit dat ik me met velen van hen verbonden voel op manieren die vrijwel niets te maken hebben met waar ze naar luisteren.

Misschien is het niet de muziek wat ons met elkaar verbindt.

Misschien is het gewoon hoe we elkaar hebben gevonden.

Er is iets vreemds aan het ontmoeten van mensen via een bepaalde scene.

Op papier kunnen ze totaal verschillend zijn.

Verschillende landen.
Verschillende jobs.
Verschillende leeftijden.
Verschillende kindertijden.
Verschillende politieke opvattingen.
Verschillende levensstijlen.

Mensen die elkaar in het dagelijks leven waarschijnlijk nooit zouden zijn tegengekomen, brengen plotseling twaalf uur samen door in een loods.

En op de een of andere manier werkt het.

Niet altijd.

Maar vaak genoeg dat je je begint af te vragen wat de gemene deler eigenlijk is.

Want het kan niet gewoon de bpm zijn.

Er zijn miljoenen mensen die van dezelfde muziek houden als ik, met wie ik het waarschijnlijk niet bijzonder goed zou kunnen vinden.

En er zijn mensen wiens muzieksmaak nauwelijks met de mijne overeenkomt, maar van wie ik direct aanvoel: dit zijn mensen zoals ik.

Wat herkennen we dan precies?

Misschien draait een scene minder om een ​​gedeelde smaak dan om een ​​gedeelde richting.

Een bepaalde manier om naar de wereld te kijken.

Nieuwsgierigheid.

Openheid.

Een tolerante houding tegenover het onconventionele.

De bereidheid om tot diep in de nacht wakker te blijven, in de hoop dat er iets interessants zal gebeuren.

Een voorliefde voor intensiteit.

Een wantrouwen tegenover een te strikt gereguleerd leven.

Een verlangen om dingen te creëren in plaats van ze enkel te consumeren.

Misschien zelfs een heel eigen verhouding tot vrijheid.

Geen van deze eigenschappen is exclusief voorbehouden aan ravecultuur.

En zeker niet iedereen in het uitgaansleven bezit ze.

Maar misschien ontstaan scenes wanneer een groep mensen met een vergelijkbare levenshouding elkaar herhaaldelijk op dezelfde plekken treft.

De muziek geeft reden om toe te komen.

De mensen geven reden om terug te keren.

Misschien is dat waarom het ontdekken van zo’n scene zo intens kan aanvoelen.

Je denkt dat je muziek hebt ontdekt.

Maar soms heb je in werkelijkheid een sociale mogelijkheid ontdekt.

Oh.

Er bestaan zo'n mensen.

Mensen die tot het ontbijt opblijven en praten.

Mensen die dingen creëren zonder een duidelijke financiële reden.

Mensen die feesten organiseren, ook al weten ze dat ze er misschien verlies op draaien.

Mensen die geobsedeerd zijn door obscure platen.

Mensen die aan iemand die ze drie uur geleden hebben ontmoet, zomaar een jas, een sigaret, een telefoonoplader, een slaapplek aanbieden.

Mensen die een leven hebben opgebouwd dat net even buiten de verwachtingen van hun omgeving valt.

Plotseling voelt je eigen ‘anders-zijn’ een stuk minder vreemd aan.

Er bestaat een wereld voor.

Maar dan gebeurt er iets wat nog interessanter is.

Als je lang genoeg in zo’n scene doorbrengt, besef je:

Er is eigenlijk niet één enkele scene.

Er zijn scenes binnen scenes binnen scenes.

Binnen hetzelfde genre kunnen totaal verschillende sociale werelden bestaan.

De muziekfanatiekelingenscene.
De queerscene.
De free-party-scene.
De modescene.
De overdagfeesterscene.
De politieke scene.
De druggy scene.
De veteranen die dit al twintig jaar doen.
De jongere generatie die zes maanden geleden opdook en nu al collectieven begint op te zetten.

En dan zijn er nog de kleine groepjes die niet eens een naam hebben.

Twintig mensen die telkens weer opduiken op dezelfde feestjes.

Een los verband van mensen die elkaar op de een of andere manier herkennen.

Dezelfde stad.

Dezelfde muziek.

Totaal verschillende werelden.

En misschien verklaart dit waarom twee feesten met vrijwel identieke line-ups toch totaal anders kunnen aanvoelen.

Technisch gezien is de muziek hetzelfde.

Maar de sfeer in de ruimte niet.

De ene setting voelt competitief aan.

De andere voelt teder.

Bij de ene kijkt iedereen om zich heen om te zien wie er nog meer is.

Bij de andere kan het niemand iets schelen.

De ene voelt modieus aan.

De andere voelt vreemd aan.

De ene voelt aan als een publiek.

De andere voelt aan als een gemeenschap.

Dat kun je niet op een flyer zetten.

Want wat je ervaart, is geen muzikale programmering.

Het is een sociale samenstelling.

Wie wie heeft uitgenodigd.

Welk gedrag de organisatoren tolereren.

Of de mensen elkaar kennen.

Of nieuwkomers verwelkomd worden.

Of status een rol speelt.

Of mensen zelf iets bijdragen.

Of de ruimte aanvoelt als een plek om gezien te worden, of juist om in te verdwijnen.

Een scene is een sfeer die door mensen wordt gecreëerd.

Muziek kan de ontmoeting faciliteren.

Maar de mensen geven het betekenis.

Dit verklaart ook waarom scenes kunnen veranderen, terwijl de muziek vrijwel hetzelfde blijft.

Iemand vertrekt.

Een collectief valt uiteen.

Een locatie sluit de deuren.

Er komen tien nieuwe mensen bij.

Iemand begint feesten te organiseren.

Iemand boekt succes.

Iemand verhuist.

Plotseling verschuift het emotionele zwaartepunt.

Want scenes zijn geen objecten.

Het zijn relaties.

En relaties zijn instabiel.

Misschien is dat de reden waarom mensen ze zo fel willen beschermen.

Waarom gesprekken over nieuwkomers, commercialisering en "het verkeerde publiek" zo emotioneel geladen zijn.

Soms zeggen mensen dat ze de muziek beschermen.

Maar wellicht zijn ze in werkelijkheid bang om een ​​specifieke sociale chemie te verliezen.

Een gevoel dat bestond tussen een bepaalde groep mensen, op een specifiek moment.

En precies hier wordt nostalgie gevaarlijk.

Omdat we gaan geloven dat die chemie behouden kan blijven door te controleren wie erbij komt.

Dat kan niet.

Scenes hebben doorlaatbaarheid nodig.

Nieuwe mensen brengen nieuwe ideeën, energie, muziek en relaties met zich mee.

Zonder hen veranderen gemeenschappen in musea van zichzelf.

Maar openheid brengt ook verandering teweeg.

Ieder nieuw persoon past het experiment een klein beetje aan.

Dat is de paradox van een gemeenschap:

We willen dat ze blijft waar we van houden, en tegelijk ook blijft leven

En die twee gaan niet samen zonder verandering.

De filosoof Martin Buber maakte onderscheid tussen het benaderen van mensen als objecten en het ontmoeten van hen als werkelijke 'anderen'.

Daar denk ik wel eens aan in het uitgaansleven.

Want de meest betekenisvolle scenes zijn niet louter netwerken.

Het zijn plekken van erkenning.

Je bent niet langer:

DJ.
Promotor.
Fotograaf.
Buitenstaander.
Vaste gast.
Nieuwkomer.
Nuttig contact.
Persoon met gastenlijst.
De broer van…

En soms, voorbij al die labels, ontmoet je elkaar echt.

Daarom vinden sommige van de belangrijkste momenten in het uitgaansleven plaats ver buiten de dansvloer.

Rookruimtes.
Treinreizen.
Keukens.
Autoritten.
Ontbijt.
De stoep voor de club.
Afterparty’s waar iemand plotseling een vraag stelt die je hele kijk op de scene – waar je al jaren deel van uitmaakt – verandert.

Zoals deze vraag dat voor mij deed.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat muziek enorm belangrijk is.

Zonder muziek zouden velen van ons nooit in deze ruimtes zijn beland.

Muziek creëert de taal.

Ze creëert het ritueel.

Ze creëert de aanleiding.

En soms creëert ze die zeldzame momenten waarop honderden totaal verschillende mensen plotseling bewegen alsof ze één organisme vormen.

Maar ik geloof niet langer dat muziek alleen een scene kan vormen.

Een afspeellijst kan geen vertrouwen scheppen.

Een bpm kan geen geluidsinstallatie opbouwen, een loods schoonmaken, een platenlabel starten, je geld lenen, je gedrag in vraag stellen, je een zetel aanbieden om op te slapen, of je vertellen wanneer je je als een eikel gedraagt.

Dat doen mensen.

Een plaat kan je in contact brengen met iemand die misschien wel je beste vriend wordt.

Maar misschien is muziek simpelweg de frequentie die we gebruiken om elkaar te vinden.

We horen er iets in.

En ergens anders hoort iemand anders iets soortgelijks.

Niet per se precies hetzelfde.

Maar net genoeg.

Dus volgen we het geluid.

We komen op dezelfde plekken terecht.

En dan begint er langzaam, bijna per ongeluk, iets tussen ons te ontstaan.

Vriendschappen.
Ruzies.
Liefdesrelaties.
Collectieven.
Rivaliteiten.
Ideeën.
Feesten.
Hele kleine werelden op zich.

Uiteindelijk kijk je om je heen en besef je dat wat je voor een muziekscene hield, iets is geworden dat veel lastiger te definiëren valt.

Een netwerk van mensen die, ondanks al hun verschillen, iets in elkaar lijken te herkennen.

Niet per se dezelfde smaak.

Niet dezelfde politieke overtuiging.

Niet hetzelfde leven.

Wel een gedeeld instinct over hoe het leven geleefd zou kunnen worden.

Misschien is dat wel wat een scene werkelijk is.

Niet een groep mensen die naar dezelfde muziek luistert.

Maar een groep mensen die elkaar op de een of andere manier erlangs gevonden hebben.

Kopfoto: © KidonFuzz