In een recente post geeft de Belgisch-Duitse artiest Hypnoskull felle kritiek op de komst van een evenement van Amelie Lens aan het KMSKA. Volgens hem toont het evenement hoe techno vandaag wordt toegeëigend door rechtse politici en verworden is tot “een lege soundtrack van het laatkapitalisme”. De aanwezigheid van conservatieve politici op bepaalde evenementen zou bewijzen dat de oorspronkelijke waarden van de cultuur verraden zijn.
Hypnoskull benoemt daarbij enkele bestaande spanningen. Publieke ruimte wordt ingenomen door een commercieel evenement. Het Antwerps stadsbestuur gebruikt techno als uithangbord voor de Scheldestad. Een artiest en een stadsbestuur versterken elkaars imago. En een muziekcultuur die mee ontstond in gemarginaliseerde gemeenschappen wordt losgerukt van haar geschiedenis.
Dat verdient kritiek. Alleen maakt Hypnoskull vervolgens een te grote sprong.
Het fundamentele probleem is niet dat één burgemeester conservatieve overtuigingen heeft en evenmin dat techno plots door rechts is “gekaapt”. Het zit hem in een breder bestuursmodel waarin steden cultuur steeds vaker inzetten als economisch instrument.
In het Antwerpse stadsbestuur zit trouwens niet alleen N-VA, maar ook Vooruit, dat nota bene de cultuurschepen heeft aangeleverd. De komst van dit evenement kan dus moeilijk worden herleid tot de persoonlijke overtuiging van één politica. Het probleem is veel structureler dan dat.
